De eerste weken voorbij – Wat nu?

De eerste weken van het schooljaar zijn bij uitstek geschikt om een fundament neer te zetten voor een goede groepsvorming en fijne sfeer. In deze weken heeft de mentor veel invloed op de fases van groepsvorming. Een fase waarin de mentor samen met zijn of haar leerlingen de klassfeer creëert. Maar wat doe je als mentor wanneer de eerste weken voorbij zijn? Na de eerste weken, meestal met de herfstvakantie in zicht, zitten de leerlingen er vaak heel anders bij in de groep of klas dan aan het begin van het schooljaar. De eerste toetsen worden gemaakt, de rollen in de subgroepjes zijn verdeeld en de omgangsnormen zijn vastgesteld. En nu? Wat kan je als mentor nog meer doen?

De eerste weken van het schooljaar evalueren

Groepsvorming gaat verder na de eerste periode. Een goede groep vergt onderhoud gedurende het hele jaar. Het is daarom van belang de eerste periode met de groep of klas te evalueren. Dus terugblikken op wat er is gebeurd en met de leerlingen vooruitkijken naar wat komen gaat. Evalueer het groepsproces. Wat ging er goed en wat ging er minder goed? Hoe kunnen we dat de volgende keer beter aanpakken?

Afstemmen

Een laatste week voor elke vakantie is het voor de mentor vaak een goed moment om samen met de klas de groepsafspraken te evalueren. Deze afstemming met de klas is een blijvend proces en is erg belangrijk. Je laat je leerlingen merken dat je ze serieus neemt en je geeft ze zelf verantwoordelijkheid. Ga op een waarderende en niet op een veroordelende manier te werk. Bespreek conflicten en praat het uit. Laat het goede voorbeeld zien.

Consequent blijven

Elke groep heeft behoefte aan duidelijke regels. Net zoals bij het aanleren van regels, is het belangrijk om ook bij overtredingen consequent te zijn. In de praktijk loopt het vaak fout, omdat een docent niet duidelijk is. Als leerlingen niet weten wat ze moeten doen, worden ze vervelend. Maak duidelijke en redelijke regels en afspraken en wees daar consequent in, het hele jaar door. Kies voor een vriendelijke, kordate aanpak met ruimte voor inspraak van je leerlingen, in een veilige klassfeer. Het puberbrein werkt niet zoals dat van volwassenen. Neurologisch gezien is hun gedrag te verklaren. Ze hebben training van hun docenten nodig. Soms moet je als docent iets honderden keren zeggen, wat jij zelf eigenlijk heel vanzelfsprekend vindt.

Sociogram

Je kunt ook aan het einde van de eerste periode of na de herfstvakantie de groep in kaart brengen door middel van een sociogram. Met een sociogram krijg je een goed beeld van de sociale verhoudingen in de groep of klas. Door de uitslag van een sociogram zie je welke leerlingen populair zijn, maar ook welke leerlingen buitengesloten of genegeerd worden.

Slim Studeren

Slim Studeren VO is een programma dat leerlingen inzicht geeft in waar je al goed in zijn, wat goed gaat, maar ook in waar winst te behalen valt. Slim Studeren VO helpt ook om grip te krijgen op je groep en goed om te kunnen gaan met eventueel probleemgedrag in de klas. Als mentor sta je er niet alleen voor. Het programma biedt kant-en-klare oplossingen om met verschillende thema’s aan de slag te gaan. Denk daarbij aan belangrijke thema’s zoals studievaardigheden, sociale vaardigheden, mediawijsheid en privacy, stop (cyber)pesten, burgerschap en loopbaanoriëntatie. Vraag een DEMO aan voor meer informatie.

 

Disclaimer : De informatie in deze blog is met grote zorg samengesteld op basis van beschikbare wetenschappelijke literatuur en praktijkervaring. Ondanks deze zorgvuldigheid kunnen aan de inhoud geen rechten worden ontleend. Organisaties en onderwijsprofessionals wordt geadviseerd om bij beleidskeuzes altijd rekening te houden met de eigen context en actuele wet- en regelgeving.

Deel dit artikel via:

Gerelateerde artikelen

Loopbaanontwikkeling in het voortgezet onderwijs: waarom speelt elke docent een rol?

Het voortgezet onderwijs speelt een belangrijke rol in het voorbereiden van leerlingen op hun verdere studie-, loopbaan- en levenskeuzes. Steeds meer onderzoek laat zien dat loopbaanontwikkeling het sterkst tot zijn recht komt binnen een schoolbrede aanpak, waarbij docenten, mentoren en decanen samenwerken. Docenten spelen hierin een belangrijke rol. Zij hebben dagelijks contact met leerlingen, kennen hun talenten en interesses en kunnen leerlingen helpen om verbanden te leggen tussen wat zij leren en de wereld buiten school.   Loopbaanontwikkeling begint niet bij de profielkeuze Veel scholen besteden vooral aandacht aan loopbaanoriëntatie op momenten waarop leerlingen een keuze moeten maken. Denk aan de overstap naar een profiel, vervolgopleiding of stage. Toch blijkt uit internationaal onderzoek dat loopbaanontwikkeling veel meer is dan het maken van een eenmalige keuze. Het gaat om het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en zelfinzicht die jongeren helpen om gedurende hun leven passende keuzes te maken. Het onderzoek van Rice

Lees meer

Groepsvorming in de eerste schoolweken: wat kunnen we van Scandinavië leren?

De eerste weken van het schooljaar zijn van grote invloed op hoe een klas zich ontwikkelt. In deze periode leren leerlingen elkaar kennen, verkennen zij hun positie binnen de groep en ontstaat de basis voor gedrag, samenwerking en het leerklimaat. Veel landen erkennen het belang van groepsvorming in de eerste schoolweken. In Scandinavië is er veel aandacht voor welzijn, gelijkwaardigheid en verbondenheid binnen de klas. Leerlingen moeten zich veilig, gezien en betrokken voelen voordat zij optimaal tot leren kunnen komen. In plaats van direct te focussen op vakkennis, prestaties en toetsing, kiezen Scandinavische scholen ervoor om eerst te investeren in de groep. Deze benadering biedt waardevolle inzichten voor het voortgezet onderwijs.   Eerst de relatie, dan het leren In Scandinavische klaslokalen staat het opbouwen van relaties centraal. Leerlingen moeten zich veilig voelen, gezien worden en vertrouwen ervaren voordat zij tot leren komen. Onderzoek van onder andere de OECD onderstreept dat

Lees meer

Beeldende vorming: gelukkig kun je creativiteit gewoon in een cijfer vangen

Laten we beginnen met een voorbeeld uit de praktijk. Een leerling krijgt voor het vak Beeldende vorming de opdracht om een zelfportret te tekenen. Iets wat hij nog nooit eerder heeft gedaan. Ze krijgen twee lesuren voor de opdracht. De leerling doet wat hij kan. Hij tekent, probeert, gumt, begint opnieuw. Thuis laat hij zijn werk zien. Hij krijgt tips, hij zoekt zelf wat voorbeelden en filmpjes op internet en gaat oefenen. Stap voor stap ontdekt hij hoe een gezicht is opgebouwd, hoe verhoudingen werken en hoe schaduw diepte geeft. Met zijn nieuwe inzichten en zichtbaar meer vaardigheid komt hij terug op school. Trots neemt hij zijn oefentekening en de bronnen die hij heeft gebruikt mee naar school. Hij wil op school nog een keer proberen. Klaar om te laten zien wat hij heeft geleerd. Alleen komt dat moment niet. Nog voordat hij iets kan uitleggen, krijgt hij te horen

Lees meer